OPGEBLAZEN/ EEN VERRASSENDE BINNENSTAD/ VRIJWILLIGE RESPIJTZORG

| JAARGANG 4 | NUMMER 150 |

| 26-02-2017 | 09.15 uur |


 

| OPGEBLAZEN |

 

Een gemeenteraadsvergadering tussen de woensdag van het ‘wagetjes kijken’ en het begin van het vastenavondweekeinde  is, gezien het verloop van die vergadering, misschien niet z’n beste keuze.

Onze burgervader, die voorzitter was in deze raadsvergadering,  was naar twee van mijn fractieleden niet optimaal. Zij zouden volgens hem moeten weten dat zij van tevoren hadden moeten aangeven dat zij een stemverklaring wilden afleggen. Ik deel die mening niet van de raadsvoorzitter. Eén van mijn fractieleden beende prompt de vergadering uit. Artikel 25 van ons reglement van orde luidt: “Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te motiveren.”  Mijn twee fractieleden hadden dus alle recht op een stemverklaring c.q. ‘aantekening’ te vragen. Vlak hier na begon het debat over de door mij ingediende moties.

Uit ongenoegen over de wijze waarop wethouder Coppens zijn rol als portefeuillehouder financiën in de raadsvergadering van 26 januari j.l. vervulde, vond ik dat een helder signaal nodig was en kondigde ik in die vergadering reeds aan met een motie te komen. Omdat de gemeenteraad vaak om keuzes vraagt, had ik dat gedaan in de vorm van drie moties: een motie van wantrouwen, een motie van afkeuring en een motie van treurnis. Mijn betoog was, naar mijn gevoel, bescheiden van toon en aard, waarin ik zelfs stelde: “maar wil ik deze sympathieke portefeuillehouder wegsturen? Natuurlijk niet.” U kunt mijn betoog hier afluisteren (tussen de minuten 14 en 21). Het was dan ook jammer dat de fractievoorzitter van de VVD mijn inbreng en wensen ten aanzien van het functioneren van een wethouder (van VVD huize) niet serieus wenste te nemen. Gelukkig deed de wethouder zelf dat wel, waarna ik dan ook, gezien zijn betoog en het ontbreken van steun voor mijn moties, deze heb ingetrokken.

Ik zelf wil de inbreng van de heer Huisman wel proberen recht te doen. Ooit is mijn spreken uit de notulen geweerd omdat ik het woord ‘flauwekul’ gebruikte. De toenmalige voorzitter, burgemeester Zevenbergen vond dat woord ongepast. Om dat ‘kul’ in het Oudnederlands de betekenis heeft van de ‘mannelijke roede’ en een ‘flauwe kul’ dus slappe lul betekende. Ja dat is echt gebeurd in een stad, waar kul toch echt ook een andere betekenis heeft. Tevens kan ik ook Gertjans gevoel op de vooravond van de vastenavond wel een beetje begrijpen. Daarom vindt u onderstaand de tekst van Gertjan Huismans die hij uiteindelijk grotendeels niet in de raadszaal heeft kunnen verwoorden.

“Vastenavend. Tijd voor gekte en elkaar op de politieke korrel te nemen.We nemen alles niet zo serieus. Ik denk dat de heer van de Kallen op de hoogte is dat de komende vastenavend de grotstse boer herstellende is en er gin praatje op ’t biljart zal zijn bij de’n intocht. De grootste streling voor raadsleden is om toch genoemd te worden bij UT pratje op ’t biljart. Ik denk dat hij heeft gedacht : oe mot dat nou. Waarom is die Grotste boer net nou afwezig en word ik dit jaar niet op de politieke gril gelegd? Voorzitter nou heb ik toevallig wat ervaring met dit pratje omdat ik een aantal jaren bij de boeremaaltijd een pratje op de trap heb gehouden als Grotste boer van de Raad. Ik heb mijn lengte mee. Nou voorzitter ik eb beslote om van der Kallen nie in de kou te late staan en mijn pratje vanavond alvast maar af te steke: voorzitter, nee ‘oogeid. In de politiek edde van die momente dagge eerst oew have en goed onder de panne mot hellepe. Dat kom omdat me ier gin partij vor de diere ebben, ‘oogeid. Maar het is wel het jaar van ’t beesje en dan kunde oew kippe maar beter op stok ebbe atter un een politieke storm opstikt. Nou en of ut waait vandaag. Toen ik de drie moties voorbij zag komme op de meel eb ik dus onmiddellijk m’n vrouw d’n erf opgestuurd om het verreke vast te binde in de schuur,…. ik zelf gaan me zulk weer nie naar buite. ‘Oogeid. Nou UT was mar goed ok dat ik voorzorgsmaatregelen heb genome. Geachte collega van der Kallen, de nestor, ons moreel kompas, onze reddingsboei is in de storm van vandaag op drift gerakt. Oe mot de VVD nou verder? Altijd is de BSD voor mijn fractie ut baken in de storm. De brandaris van de kop van ’t oofd, bij het beleidskader bij de begroting, bij amendemente en moties. Zonder de reflecties van Lewie zijn me gewoon vleugellam. Zelfs as zijn fractie in de kemissie het BSD standpunt vertelt ken ut zo mar zijn dat Lewie in de raad mee zijn anekdotes de fractie wir op zijn plek zet. En dan nou drie moties om het zwarte schaap van dit kellege naar de slachtbank te leije. Gin nekschot, neeje un schot hagel , dat is altijd raak mot ie ebbe gedocht. Nie geschote is altijd mis, ‘oogeid. Mar Oe mot ut nou mee de moraal, de pakkende beschouwinge van Lewie aan Dees katheder waar me maandelijks van hebbe genote en ielke raadsvergadering nar uit zien. ‘Oogeid, Dees drie moties doen nie alle drie evenveel pijn. D’n ene wat minder dan de andere. Ge wit ‘oogeid; In de natuur kunde op meerder meniere worden gebete. G’et muggenbeete , die beestjes kunde nog weg meppe. Slangebeete. Dan motte as de sodemieter tegengif in neme en ge et Samarbete. Deer edde eel lang last van. Kost klauwe me geld. Ge kregt ter eel veul juuk van en ge bet gegarandeerd in ut stof. Zo is ok mee deze moties ‘oogeid. Treurnis die kunde van oe afmeppe. Afkeuring dan edde tegengif nodig om overeind  te blijve.Wantrouwe deer edde voorgoed last van. Ik vraag me dus af : Is dit nou de ware n’aard van het beestje damme altijd zo serieus neme? UT zal wel de vastenavendkolder zijn of de vogelgriep. Voorzitter ik denk dat de storm zal gaan ligge. ik gaan mijn vrouw elle dat ze UT verreke wir uit de schuur ken ale.”

Louis van der Kallen

 


 

| EEN VERRASSENDE BINNENSTAD |

 

Deventer is al eeuwen een Hanzestad aan de rivier de IJssel. Eén van de oudste steden van Nederland. In meerdere opzichten vergelijkbaar met Bergen op Zoom. Stad aan het water, met een traditie van jaarmarkten al vanaf de vroege middeleeuwen, een groot aantal monumenten. Vanuit het monumentale gebouw “De Waag” worden stadswandelingen georganiseerd door het VVV, gehuisvest in het zelfde gebouw.

Ook in bestuurlijk opzicht zijn Deventer en Bergen op Zoom vergelijkbaar. De grootste fractie is een plaatselijke groepering. Zij vormen samen met 3 landelijke partijen de coalitie. In het verleden ben ik als wethouder een aantal malen in Deventer geweest om me te laten informeren over hoe ze bepaalde zaken succesvol aanpakten. Dit lag zowel op het terrein van sociaal domein als op beheer en ontwikkeling openbare ruimte. Het was tot vorige week een aantal jaren geleden dat ik er was geweest. Mijn zoon Rik studeert nu in Deventer. Afgelopen week liep ik samen met hem door de binnenstad op zoek naar een andere ruimere kamer voor hem. Ik kon mij de binnenstad niet zo goed meer herinneren, bovendien was er wel het een en ander veranderd.  Maar de huidige situatie was voor mij een grote aangename verrassing. 

Groen en sfeer in de binnenstad Deventer

U kent wel het fenomeen ‘Een dagje Intratuinen’ in Halsteren. Van heinde en ver komen bezoekers naar dit tuincentrum. Waarom? Intratuin biedt bezoekers beleving. Zij verrassen de bezoekers door het tonen van unieke, sfeervolle tafereeltjes afgestemd op het seizoen (Kerstmis, lente, Halloween). Bezoekers willen deze unieke sfeer ook thuis creëren en worden daardoor aangezet tot het kopen van die producten die dat mogelijk maken.

Ditzelfde concept zag ik terug in de binnenstad van Deventer. Een sfeervol centrum met veel smalle straatjes en monumentale pandjes. Elke keer als ik een hoek omging en een nieuw steegje inliep werd ik verrast door het frisse groen dat de openbare ruimte aankleedde, kleine authentieke winkelpuien, met hier en daar een klein één-of twee-persoons-terrasje er voor, soms branche-vreemd aan de activiteiten in de winkel zelf, gevelstenen, snijramen, ornamenten die verwijzen naar de geschiedenis van het pand(-je)  en….. veel bijzondere winkeltjes en galeries. Winkeltjes die verrassende producten verkopen, waarbij de bezoeker/consument het gevoel krijgt iets speciaals te hebben bemachtigd wat nergens anders te vinden is. Beleven en verrast worden, de bezoeker/consument komt hier volledig aan zijn/haar trekken, zoals bij Intratuin. Daarbij wordt de bezoeker ook nog eens gefaciliteerd door een duidelijke historische bewegwijzering. 

Dit niet meer

Verder viel mij op dat er geen sprake is van aaneengesloten wanden met alleen maar winkels, maar een mix aan activiteiten, naast kleine winkels, ook zakelijke dienstverlening, kapsalons, sfeervolle horeca, ambachtelijke bedrijfjes, kwaliteit boekwinkels, antiquiteiten enz. Geen storende grote winkels van landelijke ketens die na aankoop van enkele panden er een grote winkelruimte van maken waarbij vaak de originele winkelpuien er uit worden gehaald, zoals dat in de binnenstad bij ons (in het verleden te vaak) is gebeurd.

Hoewel ik het niet heb kunnen verifiëren, lijkt het er op dat in Deventer de winkelpanden nog op grote schaal worden gebruikt door de eigenaren zelf dan wel door hen verhuurd worden aan speciaalzaken met een kleinschalig vloeroppervlakte. Natuurlijk ook in Deventer kunnen consumenten terecht voor aankopen bij C&A, HEMA, Inter-Sport, enzovoorts, maar dit soort retail is gesitueerd net buiten de kern van het unieke centrum. En wat vooral opviel was de relatief beperkte leegstand, rekening houdend met het feit dat in veel middelgrote steden met stads-en winkelcentra in Nederland, de leegstand een steeds grotere aantasting wordt van de kwaliteit van binnensteden. Deventer presenteert zich als herkenbare stad van historie, handel en evenementen, zoals het ” Dickensfestival”. Daarbij wordt de bezoeker niet teleurgesteld maar juist aangenaam verrast. De verwachtingen van de bezoekers worden waar gemaakt. In 2015 is Deventer uitgeroepen tot Evenementenstad van het jaar in de categorie tot 100.000 inwoners. Evenementen in Deventer krijgen bovendien de gelegenheid om te groeien in omvang en impact. Serieuze aandacht voor innovatie en een actieve betrokkenheid van inwoners zorgen er voor dat evenementen zich verder ontwikkelen en spannend blijven. 

Kunnen we iets leren van Deventer? Ja en nee. Nee, omdat in Bergen op Zoom de meeste winkels in de binnenstad gesitueerd zijn in relatief brede winkelstraten waardoor de intimiteit zoals in Deventer moeilijk gerealiseerd kan worden. Uitzonderingen daarop zijn de straten in het Vierkantje en Bosstraat. Veel panden in onze binnenstad zijn op dit moment in handen van projectontwikkelaars die daar kapitaalkrachtige, doorgaans landelijke ketens in willen huisvesten. Het onderverdelen in kleine panden met een beperkt vloeroppervlak zullen ze niet erg aantrekkelijk vinden, hoewel ze dit ook als een kans zouden kunnen zien.

Zo kan het ook

Ja, maar dan moeten we kiezen voor:

  1. Een binnenstad met een mix aan retail, dienstverlening, horeca, openbare voorzieningen wonen, recreëren enz. gespreid over de binnenstad.
  2. Het extra stimuleren van kleinere speciaalzaken, waarbij zowel de ondernemer als de eigenaar van panden vanuit het stimuleringsfonds economische activiteiten worden gefaciliteerd.
  3. Het mogelijk maken dat speciaalzaken ook branchevreemde producten mogen aanbieden en door bijvoorbeeld een klein terrasje voor het (winkel-) pand toe te staan.
  4. Het stimuleren van meer groen in de binnenstad als veraangenaming en verhoging van de kwaliteit van het verblijf. In Bergen op Zoom zien we daar reeds enkele goede aanzetten toe in bijvoorbeeld de Engelse straat en het Molstraatje. Louis van der Kallen heeft daar reeds meerdere malen aandacht voor gevraagd.
  5. Regelgeving die het verwijderen van originele en authentieke winkelpuien voorkomt.
  6. Een maximering van het  aantal vierkante meters vloeroppervlakte per winkel of activiteit.
  7. Situering van de veel geroemde trekkers voor de binnenstad  aan de randen van de binnenstad. Het voormalig V&D-pand komt hiervoor goed in aanmerking.
  8. Het geven van een vernieuwingsimpuls aan de vele evenementen die jaarlijks plaatsvinden in onze binnenstad. Met zoveel enthousiaste vrijwilligers met hun ervaring en kennis  en met het maken van keuzes in het  aantal en soorten evenementen moet dit toch mogelijk zijn.
  9. Het waarmaken van (gewekte) verwachtingen bij bezoekers van onze binnenstad door o.a. het tonen van goed gastheerschap: “Wij zijn blij dat u onze stad bezoekt, waarmee kunnen wij u van dienst zijn?”
  10. Stel de bezoeker/consument centraal en investeer daar in.

Heb ik hiermee de oplossing aangereikt voor een duurzame toekomst van onze binnenstad? Nee, zeker niet, maar we kunnen wel leren van goede ervaringen elders waarbij de bezoeker en consument centraal worden gesteld en de binnenstad als het ware een openbaar theater is waar het leven (wonen, werken, recreëren, ontspannen, winkelen) een beleving is vol verrassingen, zodat bezoekers bij het bezoeken van onze mooie binnenstad zullen zeggen: Verrassend (dat) Bergen op Zoom!

Piet van den Kieboom  

 


 

| VRIJWILLIGE RESPIJTZORG |

 

Afgelopen weken heb ik op deze site mijn visie gegeven over de meerwaarde die een integrale aanpak van de WMO en Participatiewet kan hebben. De doelen van de WMO (deel kunnen nemen aan de samenleving) en de Participatiewet (deelname aan het arbeidsproces) kunnen elkaar hiermee over en weer versterken en succesvoller maken.

Al eerder heeft de BSD-fractie aangedrongen bij het college om voor deze aanpak te kiezen en er in de praktijk mee te beginnen. Ik heb u beloofd de komende weken van een aantal mogelijkheden en succesvolle praktijkvoorbeelden kennis te kunnen nemen. Vandaag laat ik u kennis maken met een integrale aanpak in het kader van respijtzorg.  In de gemeente Katwijk heeft men er voor gekozen om de mantelzorgers, die vaak overbelast zijn, even op adem te laten komen en te ontlasten. Tegelijk worden uitkeringsgerechtigden die geen werk hebben, de kans geboden ervaring op te doen om hun kansen op betaald werk te vergroten. Een aantal uitkeringsgerechtigden zijn hiervoor opgeleid tot vrijwillige respijtzorger (het tijdelijk overnemen van zorg van de mantelzorger). Het mes snijdt daarmee aan twee kanten: mantelzorgers worden ontlast en ondersteund en hebben even vrijaf door het  over kunnen dragen van de zorg. De mensen met een uitkering doen ervaring op en krijgen de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. De uitkeringsgerechtigden krijgen hiervoor acht maanden training en op- en begeleiding gedurende een dagdeel per maand. De training bestaat uit de volgende onderdelen:

Vanuit WMO

  • uitleg en inzicht in mantelzorgondersteuning en de taken van een vrijwillige respijtzorger.
  • Uitleg en inzicht in de beperkingen en ziektebeelden die respijtzorgers tegenkomen.
  • Oefenen met praktische ondersteuning, zoals omgaan met een rolstoel.

Vanuit Participatiewet

  • Ontdekken van de eigen kwaliteiten, mogelijkheden en grenzen van de eigen ontwikkeling.
  • Ontwikkelen van communicatie- en samenwerkingsvaardigheden.
  • Ontwikkelen van een basishouding van een vrijwilliger/zorgverlener.

De welzijnsorganisatie verzorgt de lokale coördinatie. De coördinator is contactpersoon voor zowel de vrijwillige respijtzorgers als de betrokken organisaties die respijtzorg aanbieden. Dit kan in een individuele vorm, bijvoorbeeld respijtzorg aan huis, maar ook in groepsverband, bijvoorbeeld dagbesteding bij een instelling. Een dergelijke aanpak is op twee vlakken vernieuwend. Ten eerste wordt de expertise van het maatschappelijk veld ingezet om de participatie van uitkeringsgerechtigden te bevorderen (doel Participatiewet). Ten tweede zorgt de inzet van vrijwillige respijtzorg ervoor dat mantelzorgers ontlast worden (doel WMO 2015). Het succes van deze aanpak wordt groter als er een goede selectie plaatsvindt. Daarbij dienen aan de orde te komen:

  • Een onderzoek naar de motivatie van potentiële deelnemers met behulp van een eenvoudige test.
  • Nadruk op wat deelnemers wel kunnen in plaats van hun eventuele beperkingen benadrukken.
  • Het kunnen overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
  • Medisch onderzoek (om overdraagbare ziekten uit te sluiten).

Deelnemers dienen goed begeleid te worden gericht op ontwikkeling en scholing. De praktijk leert dat het zelfvertrouwen van de deelnemers, die deelnemen aan een (hechte) groep, groter wordt. Training en begeleiding moeten goed inspelen op de verwachtingen van de deelnemers en de betrokken organisaties over duur, omvang en aard van de activiteiten van de vrijwillige respijtzorg. De communicatie over doelen van het project en ieders bijdrage daarin is een bepalende factor.

Een dergelijke aanpak in de gemeente Bergen op Zoom ligt voor de hand. Ik zou zeggen DOEN! Begin er mee en leer er van. Koester de behaalde successen om daarna de uitvoering in de praktijk uit te breiden. In Bergen op Zoom hebben we een groot aantal uitkeringsgerechtigden. Volgens de wet en conform onze verordeningen dienen uitkeringsgerechtigden een “tegenprestatie” te leveren. Ik zou van deze verplichting weg willen blijven en vooral de positieve kanten van een dergelijke aanpak willen benadrukken. Motivatie is moeilijk af te dwingen en het is niet verantwoord ongemotiveerde deelnemers aan de zorg van kwetsbare burgers toe te vertrouwen. Toch zie ik mogelijkheden. Samen met Mantelzorg Bergen op Zoom, Wij zijn Traverse, ROC West-Brabant en de ISD Brabantse Wal kan er ook voor onze gemeente meer speciaal voor de zorgbehoevenden en niet te vergeten hun mantelzorgers, een kans geboden worden. Eerder heeft de BSD-fractie er voor gepleit het zogenoemde ” Vrijwilligerscompliment” in te zetten in de vorm van training en begeleiding van mantelzorgers. Dit kan nu eveneens voor de respijtzorgvrijwilliger, naast de middelen die beschikbaar zijn vanuit de Participatiewet ten behoeve van reïntegratie op de arbeidsmarkt.

Piet van den Kieboom