UITGELEEND OF WEGGEGEVEN?/ IJDELE HOOP/ AFGESCHEEPT/ ‘MIJN WERK’

| JAARGANG 4 | NUMMER 158 |

| 23-04-2017 | 13.45 uur |


 

| UITGELEEND OF WEGGEGEVEN?  |  

 

Als je speciaal gereedschap nodig hebt wat je een of twee keer per jaar gebruikt, zoals een sloophamer of verticuteermachine, kun je dit huren bij een verhuurbedrijf. Hiervoor betaal je dan een dag- of weektarief. Vooraf worden al je gegevens genoteerd en dien je jezelf te legitimeren. Ook moet je een waarborgsom betalen om eventuele schade die je veroorzaakt aan het gehuurde apparaat te kunnen verrekenen. Hoe anders is dat bij de gemeente Bergen op Zoom.

Vorig jaar besloot het college (wethouder van der Weegen) om de midgetgolfbaan in Meilust te sluiten. Het kostte volgens hem te veel en bracht te weinig op. Het aantal bezoekers nam elk jaar af. Dat is ook wel begrijpelijk als je weinig investeert in deze voorziening. die in een behoefte voorziet voor ouderen, kinderfeestjes en bedrijfsuitjes. Het kan toeval zijn, maar op het moment dat de midgetgolfbaan in Meilust dicht bleef, werd een commerciële midgetgolfbaan geopend in Halsteren. Wethouder van der Weegen was verheugd met deze nieuwe baan en vond dat daarom de baan in Meilust definitief niet meer open hoefde te gaan. Door druk vanuit de politiek en de samenleving werden uiteindelijk belangstellenden, om de midgetgolfbaan in Meilust te beheren en exploiteren, uitgenodigd hun burgerinitiatief aan het college van B&W kenbaar te maken. Na een moeizaam traject en stroeve contacten met deze burgers, en 4 brieven die de BSD-fractie hierover aan B&W had geschreven, is het nu eindelijk toch zover dat een van de initiatiefnemers, verenigd in een stichting, het beheer en exploitatie van de baan is gegund.

Maar wat blijkt nu. Naast het grote achterstallige onderhoud van de baan, zijn ook de golfsticks/-clubs verdwenen. De gemeente moest met schaamrood op de wangen toegeven dat deze in gebruik zijn bij de exploitant van de commerciële midgetgolfbaan in Halsteren. Neen, ze zijn niet weggegeven maar uitgeleend, zo werd er op het Stadskantoor gezegd. Op de vraag of dit uitlenen ook geregistreerd is in een of ander document, zoals bij verhuurbedrijven gebruikelijk is, moest men het antwoord schuldig blijven. Daar was niets over bekend. Men weet dus ook niet hoeveel en welk soort sticks/clubs de eigenaar van de baan in Halsteren in bruikleen heeft. Het heeft er alle schijn van dat de sticks/clubs vorig jaar inderdaad zijn weggegeven op het moment dat de commerciële baan open ging en waar wethouder van der Weegen zo verheugd over was. Immers bij uitlenen/verhuren wordt dit schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst. Bij weggeven is dit niet nodig. Vandaar dat er schriftelijk niks over is vast gelegd met de commerciële ondernemer. Als er toch aantoonbaar sprake blijkt te zijn van uitlenen is de fractie van de BSD zeer benieuwd naar de afspraken die daarover zijn gemaakt en de vergoeding die daarover is afgesproken. 

U zult misschien denken “waar gaat dit over”, moet een politieke partij zich daar druk over maken? De BSD-fractie vindt van wel. Het gaat over eigendommen van de gemeente die uitgeleend c.q. weggegeven worden zonder dat er duidelijkheid  bestaat over wat daar tegenover staat. Als dit soort handelingen zich in een grijs en mistig gebied afspelen, raakt dit de integriteit van het gemeentebestuur en daar is en blijft de BSD-fractie uiterst kritisch in.

Piet van Kieboom 

 


 

| IJDELE HOOP |  

 

De gemeenten Steenbergen, Woensdrecht en Bergen op Zoom spreken met elkaar om te komen tot een gezamenlijke visie voor de ‘Brabantse Wal’.

De colleges hebben alvast hun ambities geformuleerd: “de Brabantse wal moet tot de top vijf van toeristisch aantrekkelijke gebieden van Nederland gaan behoren en zich ontwikkelen als groene slang tussen Rotterdam en Antwerpen”. “In de economische pijlers onderhoud, biobased economy en logistiek zien de gemeenten kansen om de Brabantse wal te laten doorstomen in de richting van de top vijf sterkste economieën van Nederland”, aldus een artikel in de Bergse Bode. “We hebben goud in handen” was één van de ronkende kreten in het stuk. Ik ben dan geneigd gelijk af te haken. Als volgens de tekst iedereen moet weten dat “de Brabantse Wal de parel van West-Brabant, van Brabant, Nederland en zelfs Europa is”, neig ik al niet meer maar ben ik afgehaakt. Nu tijdverspilling en straks geldverspilling en de jacht op het onmogelijke. Met opgeblazen verhalen haal je geen bedrijven en werkgelegenheid binnen. Het enige wat dan komt zijn consultants en inhuurkrachten die al de mooie verhalen voor veel geld opschrijven. En communicatiemedewerkers die hun pennen leeg schrijven. Klikkende fotografen om die fantastische bestuurders op de gevoelige plaat vast te leggen, waarna er (bijna) niets veranderd zal blijken te zijn. Behalve dat na hen er weer een generatie bestuurders zal komen die opnieuw het ‘goud’ af zal stoffen. En de burger is weer eens teleurgesteld in ‘verhalenvertellers’. Maar in het vertellen van verhalen is de Bergse politiek al jaren gespecialiseerd. Ik probeer een realist te zijn in de vermoedelijk ijdele hoop dat realisme besmettelijk zal worden en Bergen op Zoom en omstreken haar werkelijke potentie waar kan gaan maken.  

Louis van der Kallen

 


 

| AFGESCHEEPT |  

 

Maandag 10 april was er een bijeenkomst van de werkgroep Woonwagenbeleid waar aan raadsleden en woonwagenbewoners werd uitgelegd wat de stand van zaken was ten aanzien van de realisering van de beloofde uitbreiding met twee nieuwe locaties voor woonwagens. Ik schreef er vorige week ook over.

Wat mij op de die bijeenkomst opviel was het gemak waarmee het college of onze ambtenaren zich af laten schepen door andere overheden. Eén van de eerder onderzochte alternatieve locaties was ‘de Schaepmanlaan’ gelegen nabij de snelweg. In een eerdere notitie van 24 april 2015 werd geconcludeerd dat realisatie van een woonwagenlocatie op die plek niet haalbaar zou zijn vanwege eisen op het gebied van geluid en externe veiligheid (de snelweg). In een latere notitie werd aangegeven dat er een vervolgtraject werd gestart met Rijkswaterstaat (RWS) voor die locatie. Dat gaf de hoop dat voor circa 378.000 euro (350.000 voor grondkosten en 28.000 voor planschades) dit een optie zou kunnen worden. In de bijeenkomst van 10 april werd gezegd dat RWS niet mee wenste te werken. Nu geloof ik dat best. Maar daarmee hoeft die locatie nog niet onhaalbaar te zijn. RWS is een ambtelijke organisatie. Die heeft net als ieder andere ambtelijke organisatie een ‘baas’, de Minister van Infrastructuur en Milieu. Mocht ik of ooit wethouder worden of de BSD deel uit maken van een college, dan lijkt het mij ondenkbaar dat ik mij of een BSD wethouder zich zou laten afschepen door de ambtenaren van RWS zonder verhaal te gaan halen bij hun ‘baas’, de Minister van Infrastructuur en Milieu. Kortom wethouder Patrick van der Velden: er is nog werk aan de winkel. Of is Den Haag te ver weg?

Louis van der Kallen

 


 

| ‘MIJN WERK’ |  

 

De vakbonden zijn boos op de werkgevers omdat die de afspraken, gemaakt in het Sociaal Akkoord, niet na willen komen. Het gaat om het niet willen verlengen, door de werkgevers, van de WW-periode van 2 jaar naar 36 maanden zoals dit tot een aantal jaren geleden ook gold, ondanks de gemaakte afspraken hierover.

Je kunt je afvragen waarom de werkgevers dit onredelijke standpunt innemen. Voelen zij zich gesterkt door het huidige en toekomstige kabinet dat de arbeidsmarkt verder wil hervormen, waarbij de verworvenheden van werknemers verder worden aangetast, in het belang (ontwikkeling) van de economie? Daar hoort ook een beperking van de uitkeringsduur bij, zo vindt men. Maar wat doen werkgevers dan bijdragen aan modernisering en flexibilisering van de arbeidsmarkt, met de bedoeling om iedereen een kans te bieden op betaalde arbeid? Het huidige demissionaire kabinet heeft, als belangrijk speerpunt in haar beleid, het fenomeen ‘garantiebanen’ in het leven geroepen. Dit met de bedoeling om mensen met een beperking toch de kans te bieden op betaalde arbeid. Daarvoor zullen 100.000 banen in het vrije bedrijfsleven en 25.000 banen bij de overheid voor deze doelgroep gerealiseerd moeten worden de komende jaren. In de praktijk komt daar ook in onze regio voorlopig maar weinig van terecht. Zelfs bij onze eigen gemeente Bergen op Zoom wordt er maar mondjes maat invulling aan gegeven. Er bestaan werkgeversservicepunten. Ook op de Brabantse Wal hebben de drie gemeenten een dergelijk ‘loket’ ingericht. De bedoeling is dat van hieruit werkgevers worden bediend bij hun personeelsvoorziening. De vraag is of daarbij de betrokken partijen een gelijkwaardige positie hebben ten opzichte van elkaar. De FNV vindt van niet en  pleitte daarom, op een door haar georganiseerde discussiemiddag, dat de werknemersorganisaties meer betrokken zouden moeten worden bij de ontwikkeling en behoud van werkgelegenheid in onze gemeente en regio. Geef alle partijen daarbij een volwassen positie. Anders komt de vraag “Wie heeft het eigenlijk voor het zeggen als het om werk en werkgelegenheid gaat?” 

Afgelopen week las ik een boek over de geschiedenis van de kolenmijnen in Limburg. Daarbij ging het vooral over de inrichting van de samenleving zo’n 50 jaar geleden en de positie van de mijnwerkers en hun gezinnen. Als een mijnwerker destijds kwam te overlijden tijdens het werken in de mijn, was de werkgever verplicht financieel zorg te dragen voor de achterblijvende weduwe met vaak kinderrijke gezinnen. Dit omzeilden de werkgevers door de mijnwerker die kwam te overlijden in de mijn, zo snel mogelijk naar boven te vervoeren en, ondanks dat hij al was overleden, hem door de pastoor ‘de heilige sacramenten van de stervende’ te geven. Dit sacrament mocht alleen gegeven worden volgens de Katholieke Kerk, als de stervende nog niet was overleden. Voor een mijnwerker die niet in de mijn maar ‘boven’ buiten de mijnschacht overleed, was de werkgever niet verplicht financiële zorg te bieden. Het kwam er toen op neer dat drie partijen, de werkgevers in de mijnindustrie, de Katholieke Kerk en de politiek, bijna volledig gedomineerd door de toenmalige KVP, de dienst uitmaakten. Voorkomen moest worden dat arbeiders zich zouden emanciperen en dat daarmee de grip op hun positie op de arbeidsmarkt verloren dreigde te gaan.

En nog steeds is, ondanks het bestaan van een stelsel van sociale voorzieningen en CAO’s, de positie van werknemers en hun werk ongelijk. De getroffen maatregelen en de plannen om de arbeidsmarkt te vernieuwen bevestigen dit alleen maar. Het wordt tijd dat een overleg van gemeente, werkgevers en vakbonden (opnieuw) leven wordt ingeblazen, zoals dat bestond tot zo’n 20 jaar geleden toen dit plaatselijk overleg (gemeentelijke SER), door het toenmalig college van B&W werd afgeschaft.

Piet van den Kieboom